Deze website maakt
gebruik van cookies

bekijk onze algemene voorwaarden

6 januari 2022

Nathan en Juliet Goldman

Maak kennis met Nathan en Juliet Goldman, bewoners van Amigour.

Nathan en Juliet Goldman, Sjoa-overlevenden, vergeten nooit wat er met hen in België gebeurd is ten tijde van de Sjoa. Tegenwoordig hebben zij een ‘leven in waardigheid’, zoals zij het noemen, in een Amigour-huis in Kfar Saba. Hier leven zij gelukkig en in veiligheid. Het bordje op de deur van het appartement van de Goldmans onthult niets, zelfs niet bij benadering, over het levensverhaal van dit echtpaar dat onlangs zestig jaar getrouwd was. Als de deur van het appartement opengaat, laten ze meteen weten dat ze zichzelf beschouwen als overlevenden die de verschrikkingen van de Sjoa hebben meegemaakt, naar Israël zijn geëmigreerd, die het nu goed gaat en die in waardigheid wonen in deze Amigour-woning.

Het bordje op de deur van het appartement van de Goldmans onthult niets, zelfs niet bij benadering, over het levensverhaal van dit echtpaar dat onlangs zestig jaar getrouwd was. Als de deur van het appartement opengaat, laten ze meteen weten dat ze zichzelf beschouwen als overlevenden die de verschrikkingen van de Sjoa hebben meegemaakt, naar Israël zijn geëmigreerd, die het nu goed gaat en die in waardigheid wonen in deze Amigour-woning.

Als je het appartement binnenstapt, ben je al snel onder de indruk. "Een thuis dat veel beter is dan waar we van hadden gedroomd," zoals Nathan Goldman het verwoordt. Juliette vindt het fijn dat haar man "reist, vrienden ontmoet, tijd doorbrengt en een goed leven leidt." Bij de ingang van het zorgvuldig ingerichte, nette en schone appartement staan hoge kandelaars die een Joods verhaal vertellen. Ze zijn van generatie op generatie doorgegeven en komen oorspronkelijk uit Polen. De kandelaars waren van Juliets grootmoeder, die vanuit Polen naar België emigreerde. "Toen mijn grootmoeder stierf, zei ze: ‘de kandelaars gaan over in de handen van Juliet’. Zo heeft ze bepaald dat de kandelaars in de familie moeten blijven, in handen van de vrouwen. Ik zal ze aan de oudste dochter in onze familie geven," zegt Juliet.

Nathan is trots op de foto waar hij samen met premier David Ben-Gurion op staat. De foto is gemaakt toen hij hem in de jaren vijftig in het zuiden van het land bezocht. "Mijn vrouw en ik zijn heel zionistisch. Je vindt hier een foto van Menachem Begin, die het ouderlijk huis van mijn vrouw bezocht, ergens rond de oprichting van de staat Israël, want haar familieleden waren aanhangers van de Beytar-beweging. Maar ook een foto van David Ben-Gurion, zijn rivaal, die de staat Israël heeft gesticht. We beschouwen onszelf als degenen die de zionistische fakkel doorgeven aan de volgende generatie, omdat óns verhaal het verhaal is van Joden die de Sjoa hebben overleefd, ik in een klooster en Juliet in onderduik in België. Daarbij hebben we nooit de hoop verloren op humaniteit en op het vasthouden aan de zionistische aanpak." Een andere foto die hij wil laten zien, is een foto waarop hij te zien is als klein jongetje in een groep kinderen, in een klooster, waar hij tijdens de oorlog was verstopt en waar hij gered werd dankzij Zr. Amanda.

Nathan Goldman wil ons graag zijn levensverhaal vertellen en wij luisteren aandachtig.

Nathan werd 15 mei 1937 geboren. Zijn Pools-Joodse moeder Jean emigreerde van Piotrkow in Galicië-Polen - de stad van Rabbi Israel Meir Lau - naar België. Zijn vader Samuel verliet zijn moeder toen ze zwanger van hem was. Zijn vader verliet hem dus al voordat hij werd geboren. "Mijn vader trouwde later met een andere vrouw, die samen met hun twee kinderen werd vermoord in Auschwitz. Hij keerde terug naar België. Toen ik negen en een half was, kwam hij me vertellen dat hij mijn vader was ... Vele jaren later hoorde ik dat ik twee broers had die vermoord zijn in Auschwitz en dat mijn vader vlakbij woonde, zo'n vijfhonderd meter van ons appartement in Brussel. Dat was voor de oorlog. Toen de oorlog uitbrak, woonde ik bij mijn moeder. Nadat het Duitse leger België was binnengevallen, vroegen mijn grootouders mijn moeder om bij haar zussen te komen wonen. Je kon je rustig melden na een oproep, want er ging een gerucht dat moeders van kleine kinderen onmiddellijk zouden worden vrijgelaten. Nadat ze was vertrokken, gingen een paar dagen voorbij. Mijn moeder kwam niet terug. Een Christelijke buurvrouw nam me mee naar de Duitsers om ze te laten zien dat mijn moeder een kind had. Zodra ze besefte dat dit mijn moeder niet zou redden, begon ze te schreeuwen dat ik van haar was, dat ze had gelogen om haar vriendin te helpen en vrij te krijgen. Tot mijn verbazing hoorde ik dat mijn moeder het met de buurvrouw eens was. Ik hoorde haar zeggen dat ik inderdaad niet van haar was ... De agent liet de buurvrouw en mij vrij, we konden vertrekken. Dit was de laatste keer dat ik mijn moeder zag. Ik was vijf en een half. Ik heb me heel lang afgevraagd waarom mijn moeder zich zo gedroeg en waarom ze zei wat ze zei. Ze heeft me eigenlijk veroordeeld om te worden gered, in hetzelfde concentratiekamp van waaruit de moeders naar Auschwitz werden gebracht. Ik dank mijn leven aan haar, ik die werd gered, door de handen van de Christelijke kerk in België."

Nathan leefde als een Christen, zei gebeden als een Christen. Iedere zondag kwam een zustje van zijn moeder, die pas 14 jaar oud was, uit haar schuilplaats om hem op te zoeken.

Na de oorlog, toen hij nog maar 9 jaar oud was, stond er plotseling een vreemdeling bij de ingang van de school, die beweerde dat hij zijn vader was. Tot die tijd was hij er zeker van dat zijn vader niet meer leefde. Ze gingen samen naar het huis van zijn grootouders. Vanaf dat moment begon een voogdijstrijd die zijn vader verloor omdat hij nooit echt voor Nathan gezorgd had.

Eén van zijn beste herinneringen was aan zijn leraar, mijnheer Meisner, die hem vertelde over de oorlog in het Land Israël en die zei dat hij alleen daar (in Israël) een trotse Jood kon zijn. In zijn jonge jaren, toen hij al volwassen was, kwam het verlangen in hem op om zich aan te sluiten bij de Zionistische jeugdbeweging’. Dit bracht hem naar het ‘Instituut voor Overzeese Madrichim’, dat in de tweede helft van de jaren vijftig was opgericht door de Jewish Agency. Hij verbleef een jaar in Israël en ging terug naar België om zijn studie af te maken, maar wel met de droom om terug te keren naar Israël. Nadat hij was afgestudeerd, ging hij het Belgische leger in. Hier werd hij blootgesteld aan antisemitisme.

In die tijd ontmoette hij zijn toekomstige vrouw Juliet. Ze emigreerden naar Israël, stichtten een gezin, kregen twee kinderen, een zoon en een dochter. En ja, ze omhelzen zeven kleinkinderen. En ze hebben achterkleinkinderen!

In het Amigourhuis in Kfar Saba genieten Nathan en Juliet Goldman van een vol leven, een leven met cultuur en activiteiten. Op hun oude dag voelen ze zich meer dan ooit verbonden en gerespecteerd.