Deze website maakt
gebruik van cookies

bekijk onze algemene voorwaarden

26 januari 2022

Thomas Cohn

Thomas Cohn verteld over zijn werk en over de economie en de maatschappij van Israël.

In 2004 maakte hij alija (1) en loste daarmee een oude belofte aan zijn vrouw in. Thomas Cohn (1942, Brussel) werkte zijn hele leven als financieel expert voor Siemens. De laatste jaren als voorzitter van de Raad van Bestuur in Nederland. Hij is de trotse houder van drie onderscheidingen uit drie landen: De Belgische Kroonorde, de Orde van Verdienste eerste klas van de Bondsrepubliek Duitsland en een Nederlands ‘lintje’, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Een carrière bij Siemens was geen vanzelfsprekendheid. “Ik zat in militaire dienst en had nog een paar maanden te gaan, toen een patiënt van mijn vader, een directeur van Siemens, mijn vader vroeg of één van zijn zoons niet bij hem wilde komen werken. Dat leek mij niets, werken voor een Duits bedrijf. Mijn moeder dacht daar anders over. Zij was in 1940-1941 elf maanden te werk gesteld bij Siemens in Berlijn. Haar directe chef heeft haar op een gegeven moment gezegd dat zij Duitsland moest verlaten, dat het niet meer veilig was. Hij heeft haar geholpen te ontsnappen en naar België te vluchten. Dat veranderde voor mij de zaak: Siemens was een goed bedrijf, mijn moeders chef had immers ons leven gered.”

In Israël adviseert Cohn jonge starters die hun ideeën naar een hoger niveau willen brengen. Hij is trots op de ondernemersgeest van jonge Israëli’s. “Ze hebben lef, durven risico’s te nemen. Misschien komt dat wel doordat in Israël het lopen van risico’s, door de geopolitieke situatie, dagelijkse praktijk is.” Thomas Cohn is verder betrokken bij het bevorderen van samenwerking tussen Nederlandse universiteiten en bedrijven en Technion, het Israëlische Instituut voor Technologie in Haifa. “We hebben andere landen wat te bieden.”

De economie in Israël doet het relatief goed. Dat is één van de oorzaken van de sterke shekel (NIS), denkt Cohn. “Europa heeft grote schulden ontwikkeld, Israël niet. Israël heeft zelfs dollars opgekocht om verdere versterking van de NIS te voorkomen. Voor het buitenland zijn wij duur. Import is goedkoper, export duurder, wat tot productiviteitverbeteringen verplicht. De inflatie is echter minder dan in Europa en de VS, de werkloosheid schommelt rond de vier procent. Maar ook in Israël leeft een aanzienlijk deel van de bevolking onder de armoedegrens, diverse groepen in de samenleving hebben het moeilijk. De overheid probeert daar wat aan te doen, maar de praktijk is hardnekkig.”

“Er is bijvoorbeeld armoede onder Charediem (2). Ze studeren vooral aan een jesjiwa (3), maar het ontbreekt ze vaak aan wereldlijke kennis. Ze spreken meestal geen Engels, weten weinig of niets van wiskunde. Veel Charediem willen geen militaire dienstplicht vervullen, wat het vinden van een baan bemoeilijkt. Door hen te bewegen toch het leger in te gaan, kunnen ze stappen zetten richting betaald werk. De manier van denken die je je eigen maakt als je Tora leert, past goed bij het denken in de High Tech. De vrouwen uit deze gemeenschappen zijn dikwijls de kostwinners, maar moeten ook voor de (vele) kinderen zorgen en het huishouden draaiend houden. En één inkomen is in Israël vaak onvoldoende om rond te komen.

Bedoeïenen moeten het ook vaak met weinig doen. Ze trekken rond en leven van het land.

Immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie zijn inmiddels goed geïntegreerd. De tweede generatie heeft over het algemeen goede banen, onder andere in de High Tech-industrie, maar onder de ouderen, de eerste generatie, komt nog veel armoede voor.”

Tel Aviv is onlangs uitgeroepen tot de duurste stad ter wereld. “Dat begrijp ik wel,” zegt Thomas Cohn. “Tel Aviv is een aantrekkelijke stad, dat trekt mensen en geld aan. Dat maakt ook dat de prijzen stijgen, zoals de woningprijzen. Dat is marktwerking. Maar Tel Aviv kan volgend jaar door een andere stad zijn ingehaald.” Hij merkt wel dat goede-doelen-organisaties nog meer dan voorheen aan de bel trekken. “De nood is hoog voor een deel van de Israëlische samenleving. Goede-doelen-organisaties in het buitenland hebben meer geld nodig om hun beloften aan Israëlische projecten waar te maken, omdat de euro en de dollar minder waard zijn geworden. Aan de andere kant was 2021 een goed beursjaar. Beleggers zagen hun vermogen groeien, ze zouden hun donaties dus kunnen verhogen. Toch?!”


1) Alija maken, op alija gaan: emigreren naar Israël.
2) Charediem: aanhangers van één van de grootste orthodox-Joodse stromingen.
3) Jesjiwa: Talmoedschool.